Op 7 januari van dit jaar veranderde ik de headerfoto op mijn Facebook-profiel. Een foto van een stad bij ondergaande zon, met daarop de tekst uit de Bergrede: ‘Gelukkig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten’. Het was een reactie op de gebeurtenissen van de dag ervoor, toen in Amerika een groep mensen het parlement binnendrong en in wilde grijpen.

Ik had dat een week later ook kunnen doen, toen Noord-Korea nieuwe kruisraketten presenteerde bij een grote militaire parade. Of toen relschoppers in Urk, Arnhem, Den Bosch en andere plaatsen losgingen of toen de jaarlijkse herdenking van Auschwitz plaatsvond – allemaal momenten waarop duidelijk wordt hoezeer we nog denken dat niet de zachtmoedigen maar de ‘machtmoedigen’ het land zullen bezitten.

Want zacht is een woord dat we associëren met week en zwak. We noemen een zwak bewijs ‘zo zacht als boter’ en een halfbakken persoon een zachtgekookt ei. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Of deze, las ik gisteravond en vond ik wel toepasselijk: zachte winters, vette kerkhoven (zachte winters geven vaak aanleiding tot meer ziekten dan strenge winters).

Het is niet toevallig dat we denken dat je om iets te bereiken in de wereld hard moet zijn. Zo’n 500 jaar geleden leefde Macchiavelli. Misschien ken je zijn naam – ons woord macho is van zijn naam afgeleid. Hij was een Italiaanse diplomaat, filosoof en militair strateeg, en niemand heeft een grotere invloed gehad op ons moderne denken over macht en politiek dan hij. Rond 1515 schreef hij het boek ‘De vorst’, waarin hij uitlegt hoe een heerser de macht moet krijgen en behouden. Die macht is nodig om orde en eenheid te bewaren, en daarvoor is het nodig dat een vorst wreed kan zijn – alleen door ontzag af te dwingen blijft een volk in bedwang, was zijn idee. Ik citeer:

Om zijn onderdanen verenigd en in trouw gebonden te houden, moet een heerser zich om de schande die nu eenmaal altijd aan wreedheid verbonden is, niet al te zeer bekommeren. Door het laten uitvoeren van enkele gevoelige straffen zal hij toch veelal veel menslievender zijn dan zij die uit overmaat van zachtmoedigheid wanordelijkheden, waaruit doodslag en plundering ontstaan, toelaten.
Het is veel beter medelijdend, trouw, menselijk, eerlijk en godsdienstig te schijnen dan het werkelijk te zijn. […] Om de staat in stand te houden is hij vaak gedwongen tegen barmhartigheid, menselijkheid en godsvrucht te handelen.

Met dank aan Macchiavelli (en overigens ook de oude Grieken en Romeinen) leren we onze kinderen hard te zijn. Niet alles binnen te laten komen. Een dikke huid te kweken. De wereld te bekijken door een bril van macht en manipulatie. Met als gevolg dat ze er óf aan gaan meedoen, óf niemand meer vertrouwen, of allebei.

En dan is daar die man uit het jaar nul, Jezus, met dat ene zinnetje:

Gelukkig – of: zalig – zijn de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.

Een revolutionair zinnetje, durf ik wel te zeggen. Want wat is zachtmoedigheid? Dat is als je gemoed zacht is. Dat je binnenste, je gedachten en gevoelens, niet zijn verhard. Dat daar geen pantser omheen zit als bescherming tegen pijn of om je angst te maskeren. Zachtmoedig is niet: bang-moedig, of wankelmoedig.

Een zacht gemoed hebben is dat mee kan veren met wat je tegenkomt: dat je blij kunt zijn met de blijden en kunt huilen met hen die verdriet hebben. Dat je boos kunt zijn om onrecht dat anderen wordt aangedaan en genadig om onrecht dat jou overkomt. Een zachtmoedig mens is als een zacht maar stevig kussen voor hen die moe zijn en als een zachte hand die warmte én houvast biedt.

Maar een zacht gemoed is ook: een gemoed dat zichzelf niet overschreeuwt. Dat niet zoekt naar de harde donder maar naar het zachte suizen van de stilte. Dat ruimte laat voor God om te spreken. Een zacht gemoed is een teken van een sterke Geest.

Laten we eerlijk zijn: zachtmoedigheid wordt zelden beloond. Grote delen van deze wereld worden letterlijk en figuurlijk bezet door macho’s die zich niet al te veel bekommeren om een beetje wreedheid. En daarom is een zacht mens een moedig mens: tegen de stroom in, uit één stuk, open voor de noden van anderen, met het hoofd omhoog. Want uiteindelijk is daar onze blik op gericht: wij kijken vooruit naar de nieuwe wereld, daar waar God het voor het zeggen heeft en liefde, vrede en recht zullen heersen.

Gelukkig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen dát land bezitten.

Amen.