Project omschrijving

Dag 2 – een sta in de weg?

Lukas 20: 9 – 19: “Ik zal mijn geliefde zoon sturen …”

De Heer draait zich nu om naar het volk en vertelt een verhaal. Er staat niet bij of de mensen het verhaal begrijpen, maar dat de leiders het doorhebben is duidelijk. Het gaat over een landman (God) die een wijngaard (het koninkrijk van God) heeft. Hij wilde opbrengst van het land (eer, aanbidding) maar dat wordt achtergehouden door de knechten (leiders). De slaven (profeten) die de opbrengst ophalen worden gedood. Dan wordt de geliefde zoon (Jezus) gestuurd die de knechten ook willen doden … Jezus zegt: ‘Wat zal dan de heer van de wijngaard met hen, de knechten, doen? Hij zal hen ombrengen en de wijngaard aan iemand anders geven.’ De reactie van de Schriftgeleerden en Farizeeërs is duidelijk: dat nooit.

Hij maakt het nog duidelijker door profetieën uit Jesaja en Daniel aan te halen. Israël zal zich aan de hoeksteen stoten. Meerdere keren staat het in Jesaja beschreven. Een keer met de voorzegging dat het volk zich zal stoten, en een keer met een verwijzing naar de leiders van het volk.

Bovendien zal de steen alle koninkrijken van de aarde omver werpen en wegblazen… Ongetwijfeld hebben ze de woordkeus en de verwijzing naar de droom van Nebukadnezar begrepen. Ze begrijpen hem: Híj is de geliefde zoon, Hij is die steen, zij stoten zich eraan, maar keren zich niet naar Hem. Hij zal hun koninkrijk omver werpen en als kaf wegblazen en een nieuw koninkrijk stichten. Breder, groter, voor iedereen. En ze kunnen wel zeggen: dat nooit, maar het zál gebeuren.

Ze lopen weer weg, ze durven niet omdat ze bang zijn voor de meerderheid. Ze begrijpen dat het om hun systemen en hun koninkrijkjes, ze weten dat Hij hen direct aanspreekt. Maar wat doen ze ermee? Niets …

Om over na te denken.

Vaak lezen wij deze woorden en schudden ons hoofd over zo’n eigenwijsheid. Wij denken dat we anders reageren. Maar is dat zo? Als Jezus onze wereld omver blaast, als Hij onze systemen en ons denken omver duwt; als de dingen die wij belangrijk vinden weggeblazen worden als kaf dat gescheiden wordt van het koren… (Daniel 2: 35)- wat is dan onze reactie?

Als de steen jouw leven inrolt, wat wordt dan verbrijzeld en waait vervolgens weg? Wat blijft achter?