Project omschrijving

Dag 3 – Mag ik belasting ontduiken?

Lukas 20:20-26: “Geef aan God wat van God is …”

Hij wordt nauwlettend in de gaten gehouden door de leiders. Deze huren spionnen in, die hem met ‘rabbi’ aanspreken en zogenaamd zijn gezag en leer erkennen. Ze hebben een vraag bedacht waardoor Hij sowieso in de problemen komt en waardoor ze duidelijkheid krijgen aan wiens kant Hij staat. De kant van de Joden of die van de Romeinen. De vraag luidt: moet het volk belasting betalen?

Het ging hier om een speciale belasting van een denarie, die iedere onderdaan moest betalen aan Caesar omdat ‘het zo’n voorrecht was om onderdaan van hem te zijn’. Toen deze belasting werd ingevoerd was ene Judas de Galileeër in opstand gekomen. Hij predikte dat Israël aan God toe behoorde, riep op om niet te betalen en gooide met een klein legertje alle niet-Joden en Romeinen de tempel uit. Vervolgens werd hij opgepakt en geëxecuteerd.

Wat is het antwoord van Jezus? Hij kon geen ja zeggen, dan zou het volk zich tegen hem keren. En Hij kon geen nee zeggen, dan zou Hij als revolutionair worden opgepakt. De leiders dachten dat ze Jezus met de rug tegen de muur hadden.

Maar ook hier laat Jezus zien dat Hij de regie houdt. Wiens hoofd staat op de munt? Geef dan aan de keizer wat van de keizer is. Én geef aan God wat hem toekomt. Daar had Hij net een verhaal over verteld: de opbrengst van de wijngaard. In plaats van dat Jezus met de rug tegen de muur wordt gezet, draait Hij het om en daagt hen uit: geef God waar Hij recht op heeft.

Zij verwonderen zich. Misschien zijn ze oprecht in verwarring en begrijpen ze niet waar de Heer op uit is. Wil Hij koning worden of niet? Wil Hij een revolutie ontketenen of is Hij voor de Romeinen? Ze zien en begrijpen niet dat God hier ver bovenuit gaat. Er is nog een heel andere mogelijkheid, namelijk de weg van God. Jezus is gekomen om mensen vrij te maken van aardse systemen en een hemels koninkrijk te stichten.

Om over na te denken:

De denarie moest aan de keizer gegeven worden omdat zijn beeltenis erop stond. Wiens beeltenis staat op jou gedrukt? Naar wiens beeld ben jij geschapen?

Op welke manier kun jij God geven waar Hij recht op heeft?