Het verhaal van de rijke man en de arme Lazarus is een van de vele gelijkenissen die Jezus vertelt – misschien niet de allerbekendste, maar wel een die regelmatig terugkomt. Het is een beeldend verhaal: je ziet de rijke man zo voor je, je ziet de arme bedelaar voor de poort liggen, en later in de armen van Abraham. Het is ook beeldend omdat er gevoelsmatig iets wordt rechtgezet: het klopte niet, dat enorme verschil tussen die twee. In het hiernamaals zijn de eersten de laatsten, en andersom. Gelukkig maar!

Nu staat er ook een heleboel in dit verhaal dat vragen oproept. Is dit hoe het werkt met hemel en hel? Kun je daar met elkaar praten? Gaat elke rijke naar de hel en elke arme naar de hemel? Heeft evangeliseren eigenlijk nog wel zin? En hoe zit het met die kloof, en met Mozes en de profeten?

Afgelopen zondag maakten we de preek met elkaar. We probeerden antwoorden te vinden op onze vragen. We schreven ze op en schoven ze door naar de volgende tafel. Daar werden antwoorden gezocht, en wij zochten antwoorden op de vragen van de andere tafel. Er ontstond gesprek, discussie, meer vragen – maar uiteindelijk ook een duidelijke lijn.
Want al snel kwamen we erachter: dit verhaal is een allegorie, een vertelling met een boodschap. Het is onderdeel van een gesprek dat Jezus heeft met de mensen om hem heen, en preciezer: met de Farizeers. Het punt van deze gelijkenis is niet om te vertellen hoe hemel en hel eruitzien of om te theologiseren over de rol van Abraham.

Het punt dat Jezus hier maakt is in dezelfde lijn als de rest van het hoofdstuk: Hij spreekt tegen eigenwijze, zelfzuchtige farizeers die eigenlijk helemaal niet uit zijn op God of op andere, hulpbehoevende mensen. Ze leven voor zichzelf. Ze stappen elke dag over arme Lazarussen heen, hun eigen warme badje in. Eenmaal binnen zijn ze die bedelaars zo snel vergeten dat er nog geen kruimel van af kan.

De rijke man is zo verblind dat hij zelfs in het dodenrijk de arme Lazarus als een slaaf voor zichzelf wil inzetten: ‘laat hem mijn dorst lessen, stuur hem naar mijn broers’. Er is geen berouw, geen verandering van houding.
Hij creëert zo zelf een onoverbrugbare kloof tussen hem en andere mensen. Ongebreideld egoïsme maakt het onmogelijk naar de goede kant te gaan.

In de laatste verzen trekt Jezus het probleem door naar het hier en nu: als mensen niet luisteren (lees: gehoorzamen, leven naar) naar de wijsheid die ze allang tot hun beschikking hebben, denk maar niet dat er dan iets is dat wel werkt. En Hij wijst daarmee ook naar wat nog komen gaat: zelfs zijn eigen opstanding zal er niet toe leiden dat iedereen opeens tot geloof komt.

En zo kwamen we met elkaar, op een mooie zondagmiddag, met behulp van een bijbel en een paar flipover-vellen, tot drie lessen voor het leven:

  1. Heb je naaste lief! Dat is de samenvatting van de wet en de profeten – doe dat en je zult leven.
  2. Wat je hebt gekregen, gebruik dat goed! God zoekt gerechtigheid.
  3. Nu is het de tijd om de goede keuzes te maken. Je keuzes hebben consequenties voor de eeuwigheid. Er komt een tijd dat je niet meer kunt veranderen.

 

Meer preken over Lukas luisteren? Ga naar Dienst gemist. Of check de leesroosters!