Ik weet niet hoe het jullie is vergaan de afgelopen weken. In eerste instantie had ik het nieuws zelfs gemist, over George Floyd die in Minneapolis is omgekomen door politiegeweld. Het eerste dat ik ervan zag was zijn naam met een verdriet-emoji op Facebook, en ik begreep het niet. En toen ik een dag later of zo iets meer hoorde, wilde ik aanvankelijk het filmpje niet zien. Het was immers het zoveelste geval ver weg in Amerika.

Maar toen begonnen de protesten. En toen zag ik het filmpje. En ik begreep waarom het zo groot werd.

Het was niet langer een van de vele verhalen van ver weg. Ik zag een zwarte man onder de knie van een witte politieagent. En los van wie hij was of wat hij gedaan had, dit was niet goed. Het duurde langer dan ik kon verdragen, en toen ging het beeld op zwart. In werkelijkheid ging het nog minutenlang door.

In de nasleep hoorde en zag ik verhalen van anderen die te maken hadden of hebben met racisme. Ik zag filmpjes over institutioneel racisme en ‘white privilege’ met schrijnende voorbeelden en las feiten en cijfers. En ik moest toegeven: het is geen verhaal van ver weg. Het is onder ons.

Vandaag in onze online dienst deden twee mensen hun verhaal. Het raakte mij, net zoals het waarschijnlijk iedereen raakt die ernaar heeft geluisterd. Het zette me ook aan het denken. Ik heb namelijk eigenlijk altijd gedacht dat ik niemand als minderwaardig beschouw. Ik ben goed opgevoed en heb van huis uit meegekregen dat elk mens waardevol is voor God, en dat de wereld van ons allemaal is.

Goed nieuws

Want dat moet wel de conclusie zijn voor iedereen die de Bijbel serieus neemt. Lees de Bergrede, lees het grote gebod, lees van begin tot eind: we zijn geschapen naar Gods beeld, ieder mens, man of vrouw, van welke kleur of afkomst ook; bedoeld en bestemd om in eenheid en gelijkwaardigheid met elkaar en met God te leven. Onderscheid, uitsluiting, oordeel, onderdrukking – het heeft geen plaats, het is zonde in de meest letterlijke en indringende betekenis van het woord. Sterker nog, we worden als christenen telkens opnieuw opgeroepen om dat tegen te gaan, om al die gaten en kloven tussen mensen te dichten.

Er is een verhaal in de bijbel dat een prachtige illustratie is van het dichten van zulke gaten. Het staat in Johannes 4. Jezus ontmoet daar een een Samaritaanse vrouw. Die vrouw had in haar tijd te lijden onder dubbele discriminatie: ze was minderwaardig als vrouw ten opzichte van mannen en als Samaritaanse ten opzichte van Joden. Daar trekt Jezus zich niets van aan. Hij nam de kortste weg naar huis. Hij is moe en gaat zitten. Hij ziet geen Samaritaanse vrouw, nee – Hij ziet een mens, een beeld van God. En Hij behandelt haar ook zo. Hij is niet vals bescheiden en Hij is niet paternalistisch. Hij neemt haar serieus, met al haar problemen. En daardoor neemt zij Hem ook serieus en kan ze aanvaarden wat Hij zegt.

Door haar als mens te zien doorbreekt Hij de grenzen. En dat is goed nieuws waar we tot op de dag van vandaag van profiteren. Schrijver Tom Holland betoogt dat de Romeinen in de tijd van Jezus leefden vanuit het idee van karma: het zwakke is zwak en mag niet bestaan; red je het niet als mens, dan heb je pech gehad. Maar Jezus heeft zoveel mensen geïnspireerd dat het hele culturen en volken heeft beïnvloed. De opvatting dat elk mens even waardevol is, is zelfs verankerd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Gert-Jan Segers noemde dat van de week de revolutie van het Christendom, en ik denk dat hij daar gelijk in heeft.

Slecht nieuws

En tegelijkertijd is er ook slecht nieuws. Want nog steeds bestaat racisme en discriminatie. En niet zo’n beetje, zoals we deze weken zien. Nog slechter nieuws is dat ik het ook dichtbij zie, en nu ik er de afgelopen weken wat dieper over nadenk, ook in mezelf. Ik moet bekennen dat ik wel ook zulke vooroordelen heb en medeplichtig ben aan het laten bestaan van verschil. Ik zie mezelf graag als een vriendelijk en genadig mens maar ook ik heb een mening over andere mensen, over hun doen en laten, over de ruimte die ze mogen innemen of de dingen die ze doen. Mijn vriendenkring is eigenlijk veel te eenzijdig. Ik doe niet echt mijn best om de kloof met andere culturen te overbruggen.

Ik moet elke keer weer in de spiegel kijken van het Woord om ieder mens als beeld van God te zien. Ook die mens die wat minder makkelijk meekomt, of die zo anders denkt dan ik, of die er zo anders uitziet. Dat is hard werken, het gaat niet vanzelf. Ja, de Geest maakt ons één – en toch. Kijk naar de praktijk: hoeveel echt gemengde kerken zijn er in Almere? Hoe ziet jouw en mijn vriendenkring eruit? Ik bedoel dat niet om een schuldgevoel aan te praten maar om eerlijk te zijn. En dan constateer ik: er is nog veel werk te doen. Luister naar het verhaal van Raquel die haar haters moest vergeven. Willen we luisteren en zijn we bereid daar naar te handelen?

De spiegel van Elkander

Via oud-collega Aafke hoorde ik het volgende verhaal uit de kinderserie Otje van Annie M. G. Schmidt. De vader van Otje moet een paar weken weg om geld te verdienen. Om elkaar niet te hoeven missen, krijgen ze de spiegel van Elkander. In de spiegel zie je niet jezelf maar degene die je mist. Zo zijn ze toch samen. Ze zingt: “Want de één die ziet de één en de ander ziet de ander. Zo ben je altijd met z’n tweeën. In de spiegel van Elkander.”

Laat juist de kerk de plek zijn waar tegen racisme en discriminatie wordt gestreden. Waar we in de spiegel van Elkander kijken en elk ander mens zien als een beeld van God, waardevol en geliefd. Waar de veelkleurigheid van God wordt gevierd door de veelkleurigheid van mensen. Dat is de plek waar ik wil zijn en waar ik aan wil bijdragen.

(Bekijk een uitgebreide versie van dit blog op ons Youtube-kanaal. Wil je reageren? Gebruik het contactformulier!)