Net voor deze zomer organiseerde MissieNederland een traject om te ontdekken hoe je als kerk in kleine groepen kunt functioneren. Omdat de afgelopen maanden onze kerkdiensten zo anders verliepen dan we verwachtten, besloten we als Rafael Almere om mee te doen. We kregen nieuwe ideeën, sparden met anderen hoe zij diensten vormgaven en raakten geïnspireerd; kortom, het waren mooie meetings. In de komende weken delen we met jullie wat ons het meest heeft aangesproken.

Een kleine groep een krachtige groep?

Op een van de avonden werd de inleiding verzorgd door Geert van ‘t Veer van Navigators LEF. Hij deelde het volgende sociologische model:

Het zijn vier natuurlijke groepsgroottes waarin we ons als mens bewegen. Bij elke grootte past een bepaalde manier van communiceren en relaties aangaan: de kleinste groep is de intieme ruimte van vrienden, waar je op hartsniveau dingen deelt. Aan de andere kant staat de publieke ruimte; die van de massa, waar je kunt horen en luisteren maar weinig terug kan zeggen.

Ik herken de groepen: met een paar vrienden deel ik struggles die ik niet met iedereen bespreek. In onze kring van zo’n acht personen heb ik leuke Bijbelstudies en tijdens de dienst zitten we in een grotere groep en luisteren we vooral naar iemand die vooraan iets vertelt.

Plotseling dringt tot mij door dat juist de groep van de sociale ruimte de meest krachtige groep is: daar is de groep waar mensen zich thuis voelen (belonging). Het is groot genoeg om je niet awkward te voelen als je voor het eerst bent, en het is klein genoeg om gezien te worden en iedereen te kennen. Het is een groep die klein genoeg is om lief te hebben en groot genoeg om lef te hebben. Het is een groep die gemakkelijk beweegt; met elkaar durf je wel een en ander. Ik herken dat in Rafael Almere. Wij zijn gemiddeld genomen met zo’n veertig a vijftig man en met één appje in de gezamenlijke appgroep is een picknick georganiseerd.

Bij de meeste kerken ontbreekt juist deze groep. Vaak zijn kerken groter dan 75 mensen. Er is vaak wel een kringensysteem, maar dat functioneert niet altijd als de groep om dingen te doen. Op onze beurt gedragen wij ons vaak alsof we een massa in de publieke ruimte zijn. We richten onze diensten zo in dat het hoofdzakelijk om horen en luisteren draait. Daardoor ervaren we onze gemeente soms als klein en kwetsbaar, terwijl dit model laat zien dat juist onze groepsgrootte een enorme kracht in zich heeft als sociale ruimte.

Dus, is nu de vraag, moeten we veel meer gaan doen?

We willen als gemeente niet activistisch gemotiveerd worden, alsof het alleen zou gaan om activiteiten en programma’s. We doen al veel met elkaar, maar ik denk dat we dit nog veel bewuster kunnen inzetten: ontspannen met elkaar optrekken, genieten en leren van elkaar. En natuurlijk is er niets mis met de diensten waarin we gewoon luisteren. Die hebben en houden een net zo belangrijke plaats in de gemeente.

Met dit inzicht in het achterhoofd zijn we verder gaan nadenken over de invulling van diensten, kringen en andere gezamenlijke momenten. Een van de uitkomsten is de groepzondag, de huiskamerbijeenkomsten waar we dit najaar mee ‘oefenen’. We zijn benieuwd naar de resultaten.

Lees hier deel 1 uit de serie: Dankbaar voor wat is.