Vandaag is de aftrap van het nieuwe seizoen. We hebben een rommelige tijd achter ons, waarin we zo’n beetje per maand de plannen moesten aanpassen.

Het is fijn om vandaag onszelf de vraag te stellen: waar gaat het nu om, wat vinden we belangrijk?

En ik geef gelijk alvast het antwoord, in één woord: gemeenschap.

Jullie kennen Handelingen 2, de beschrijving van de eerste gelovigen. Een werkelijk ideale gemeenschap: zij deelden hun leven met elkaar – heel concreet, voedsel en spullen. Ze kwamen bij elkaar; overdag in de tempel (dat wil zeggen: in het openbaar, in het centrum van het sociale leven), ‘s avonds in de huizen. Ze loven God, leren van de apostelen, breken brood, delen maaltijden. Ze hadden een hele goede naam en er kwamen dagelijks mensen bij. Wow, wat een beweging. Ik kan daar wel wat jaloers op worden.

Maar móet het dan zoals in Handelingen 2? Nee. Het is geen wet voor christenen om elke dag in de tempel en elke avond bij elkaar thuis te zitten. Er is niets mis met een eigen huis of met een weekendje weg met het gezin. Handelingen 2 beschrijft simpelweg wat er gebeurt als de Geest aan het werk is. De uitwerking ervan – de vrucht – is: je deelt je leven, je looft God, je kijkt naar elkaar om, je leert en groeit. Zichtbaar en tastbaar. In alle vrijheid.

Komende maanden gaan we veel uit 1 Korinthe 12 lezen. Dat staat tussen hoofdstuk 11 en 13. In hoofdstuk 11 wordt de realiteit van de kerk in Korinthe beschreven: dat mooie ideaal is al weggezakt. De gemeenschap is verdeeld, er zijn groepjes, van wat men meebrengt eet men alleen zelf, zodat de een honger heeft en de ander dronken is (leve de beeldende taal van de Bijbel!). Er gebeuren overigens nog veel meer foute dingen. Paulus zegt: een schande! Als je samenkomt als gelovigen en eet en drinkt, dan is dat per definitie in de geest van Jezus, de geest die eenheid heeft gebracht – in brood en wijn, het lichaam en het bloed, zijn wij allemaal verbonden. Hoe kun je dat nu zo verdeeld doen?

Paulus zegt vervolgens: de Geest is in iedereen. We zijn allemaal onderdeel van het lichaam. Allemaal met onze eigen achtergrond, positie gaven, talenten en persoonlijkheid. De geest bindt dat samen als hand en voet, oog en oor, armen en benen. En dan geeft de Geest aan ieder iets: een geestelijke gave. Geloof, wijsheid, gave van genezing, profetische gaven. ‘Maar iedereen krijgt deze dingen van de Heilige Geest om er de ándere mensen mee te dienen.’ ‭‭1 KORINTIËRS‬ ‭12:7‬ ‭BB‬‬

‘Een oog kan niet tegen een hand zeggen: “Ik heb jou niet nodig.” En het hoofd kan niet tegen de voeten zeggen: “Ik heb jullie niet nodig.”’ ‭‭1 KORINTIËRS‬ ‭12:21‬ ‭BB‬‬

‘God heeft het Lichaam zó gemaakt, dat Hij aan de delen die onbelangrijk lijken een belangrijke taak heeft gegeven. Zo komt er geen verdeeldheid in het Lichaam en zorgen alle leden even goed voor elkaar. Als één lid verdriet heeft, leven alle anderen met hem mee. Als één lid wordt geprezen, genieten alle anderen met hem mee. Jullie zijn dus samen het Lichaam van Christus. En ieder van jullie is een lichaamsdeel van dat Lichaam.’ ‭‭1 KORINTIËRS‬ ‭12:24-27‬ ‭BB‬‬

Kortom, zelfs in de eerste gemeenten ging het niet vanzelf. Ook die eerste gelovigen bleken maar gewone mensen die een flinke aansporing van Paulus nodig hadden.

We hoeven ons niet blind te staren op het ideaal van de eerste christenen. Een verlangen om samen zo’n plek te vormen en openheid voor de Geest is eigenlijk genoeg, dan kan God aan het werk.

Maar als we die focus wat verliezen, we weer een beetje teveel op onszelf gaan leunen en dat verlangen wat wegzakt, dan hebben we elkaar nodig, net zoals de Korinthiers Paulus nodig hadden. Wij, Mark en Mira, hebben jullie nodig en andersom. Waarom? Om te groeien, om elkaar te scherpen, om elkaar te helpen, om meer op Jezus te gaan lijken.

En, laat ik het maar eens hardop zeggen: dat betekent dus wat. Ons motto is: voel je thuis, voel je vrij. Net als een gezin, een familie. Maar ‘thuis’ is niet: altijd op je eigen kamer. En ‘vrij’ is niet: vrijblijvend.

In de afgelopen maanden hebben we allemaal ontdekt hoe gemakkelijk het is om op zondagochtend de tv aan te zetten. Of ‘s avonds even door de livestream te scrollen om te zien wat je gemist hebt en de saaie stukken te skippen.

We hebben ook allemaal ondervonden hoe allerlei stemmen en meningen van alle kanten voor verwarring zorgen, mensen uit elkaar drijven en onzeker maken.

Ik zeg het nog eens: als we in deze tijd overeind willen blijven, dan hebben we elkaar nodig. Dan moeten we elkaar opzoeken. Dan moeten we God zoeken. De verschillen vieren, leren van elkaar. Heel concreet. Dan moeten we ons blijven oefenen in gemeenschap vormen. En dat kost wat. Dat kost tijd – die je aan een ander geeft. Het kost kwetsbaarheid, om iets van jezelf te laten zien. En het kost je wellicht een paar gewoontes waar je keuzes in moet maken.

Hoe het bij ons thuis gaat: aan het einde van een lange dag kan het gebeuren dat een van ons op de bank hangt, terwijl we eigenlijk moeten gaan koken. Dan trek je de ander even overeind. En dat is wat we vandaag willen doen: wij trekken jullie even van de bank. Niet om vervelend te doen, maar omdat je zelf ook diep van binnen weet dat dat beter is. Dat je dat zetje nodig hebt.

Straks kun je in de workshops je dromen en behoeften delen, jezelf en elkaar weer iets beter leren kennen en concrete mogelijkheden vinden om iets te doen. Ga ervoor!